Wat is nu eigenlijk de definitie van klassiek trainen?

Als je werkt op basis van de klassieke trainingsprincipes, dan stel je de training volledig in dienst van het welzijn van je paard. Dat wil zeggen dat je heel goed kijkt naar de trainingsbehoefen van een paard (zijn sterke en zwakke punten) en op basis daarvan oefeningen gaat aanbieden, die positief bijdragen aan zijn conditie, welbevinden,  levensduur en gezondheid.

De tegenhanger van klassieke training is je paard drillen op bepaalde onderdelen (omdat hij het zondag in de proef moet kunnen, of omdat de ruiter persé die wissel wil kunnen laten zien). Als je een paard dingen laat doen waar hij fysiek of mentaal niet aan toe is of waar hij in principe niet bij gebaat is, dan is je trainingsdoel dus niet het vergroten van het welzijn van je paard. En het kan heel goed zijn dat je paard op die manier geforceerd wordt, gespannen raakt of dichtklapt/verzet gaat plegen. Wanneer het onvermogen of verzet van het paard op zo’n moment wordt gemoord door een slofteugel, tweede zweep of een scherper bit of sporen, dan blijft er niet veel nobels over van de training.

Wanneer je wel klassiek (lees: verantwoord, fair en gezond) werkt met je paard dan kijk je elke dag hoe hij in zijn vel zit, zorgt dat je hem fysiek en mentaal ontspant, stretcht en los maakt en daarna bied je opbouwende oefeningen aan die het paard helpen zijn zwakke punten sterker te maken. Je werkt aan buigzaamheid van zijn lichaam, symmetrie in rekbaarheid en kracht en gaat stapsgewijs van een losgelaten horizontaal evenwicht naar een vloeiende verzameling, waarbij je steeds het scala der ausbildung in gedachten houdt als leidraad.


Werk aan de hand is een zeer nuttig aspect van klassieke training, hoewel niet iedereen die traint aan de hand meteen op basis van de klassieke principes werkt.

Het scala der ausbildung is een logische opbouw van elementen die allemaal nagestreefd moeten worden om de volledige atletische capaciteit van een paard tot ontwikkeling te brengen. De onderdelen zijn:

  • Takt (regelmaat van de passen)
  • Ontspanning (fysiek en mentaal)
  • Aanleuning (Constante nageeflijkheid op basis van ontspanning en impuls)
  • Schwung (vloeiende bewegingsafwikkeling die als het ware van achter naar voren door het lichaam golft)
  • Rechtrichten (het symmetrisch maken van het paard door opheffen van natuurlijke scheefheid)
  • Verzameling (het vermeerderd gewicht op de achterhand nemen, waardoor de voorhand wordt ontlast en krachtige bewegingen op de plaats mogelijk worden)

Dit scala moet nooit start gevolgd worden en je kunt de onderdelen niet los van elkaar zien. Wanneer je je alleen focust op rechtrichten of alleen op verzameling, zonder de juiste, stapsgewijze opbouw, dan probeer je je paard als het ware Engels te leren zonder dat hij het alfabet kent. Doorloop je alle fasen van het scala op de juiste manier, afgestemd op je paard, dan bereik je het hoogst haalbare, namelijk een durchlassig paard. Durchlassig wil zeggen dat het paard volkomen openstaat voor de aanwijzingen van de ruiter en zo sterk en buigzaam is dat het deze aanwijzingen probleemloos kan opvolgen.



Een doordachte training start met ontspanning en in aanleuning bewegen. Voordat het paard aanleuning, stelling en buiging kan geven mag nooit gestart worden met zijgangen of andere arbeid die randvoorwaarden vereist.

Een groot misverstand is dat er een verschil zou zijn tussen klassieke dressuur en Engelse dressuur. Rond de 18de eeuw werd er afgeweken van de klassieke principes door de modernisering van de oorlogvoering. De cavaleriepaarden moesten, toen het buskruid zijn intrede deed, getraind worden op snelheid in plaats van balans, draagkracht en schoolsprongen. Sommige traditionele rijscholen baseerden zich inderdaad op de rijstijl van de cavalerie en ook in de hedendaagse sport zie je nog dikwijls dat de begrippen impuls en snelheid door elkaar gehaald worden. Maar wie zich verdiept in de materie weet dat de moderne dressuursport gestoeld is op de klassieke principes. Wie het FEI reglement kent, weet dat het uitgangspunt van de dressuur nog steeds de harmonische ontwikkeling van het paard hoort te zijn. Het feit dat de uitvoering van de sport in sommige gevallen erg afwijkt van de klassieke norm, wil niet zeggen dat dit een andere vorm van rijden is, maar dat de doelen van ruiters en trainers niet overeen komen met de doelstelling van de klassieke rijkunst. Dit resulteert vaak in geforceerde, geblesseerde en gestreste paarden. Maar dat wil niet zeggen dat dat normaal is in de dressuursport. Dat het mode is om paarden in een flitsende steekdraf te rijden, wil niet zeggen dat dat ineens een andere vorm van drafverruiming is.

Maar wie verder kijkt ziet ook op wedstrijdterreinen heel fijne combinaties rijden, die wel begrepen hebben dat aanleuning licht hoort te zijn en communicatie vriendelijk.


Wedstrijdsport hoeft helemaal geen tegenhanger te zijn van klassiek rijden, in tegendeel.

Jammer genoeg ontstaan er door de slechte voorbeelden een aantal kampen, die hun territorium met hand en tand verdedigen. Er is ook een groep ruiters die zich de term ‘Klassiek’ toegeëigend heeft en zich baseert op enkele uitspaken van dode meneren uit de oudheid, zonder deze te kunnen onderbouwen met technisch inzicht in biomechanica of ruitervaardigheid. Dit is de groep mensen die beginnen te steigeren bij het zien van een hulpteugel, zelf al loopt het paard in kwestie hartstikke ontspannen de sterren van de hemel. Want, ooit heeft één van de dode meneren gezegd dat gebruik van hulpteugels uit den boze is. Dus is dat zo, ongeacht of paarden gebaat zijn bij het gebruik ervan. Daar wringt de schoen. Het herkennen van gezond lichaamsgebruik is niet gemakkelijk en er zijn maar weinig mensen met echte expertise op het gebied van biomechanica. Daardoor kunnen mensen het onderscheid niet maken tussen een gezond bewegend paard of een verkeerd bewegend paard. De enige houvast die deze mensen hebben is starre regels zoals: Klassieke rijkust kan niet met een Engels zadel, een trensbit, teugelcontact of een longeerteugel.



Hoewel longeerteugels vaak gedemoniseerd worden, heeft een paard heel veel baat bij een correcte training met bijvoorbeeld een longeerhulp. Het stelt hem in staat volledig losgelaten en ontspannen door zijn lichaam te bewegen en de juiste aanspanning van buikspieren en bovenhals te vinden, in combinatie met het verlengen van de bovenlijn. Dit stelt het paard in staat zijn bekken te kantelen en de bewegingsvrijheid te vinden die nodig is voor het versterkt laten ondertreden van de achterbenen.

De realiteit is dat je perfect klassiek kunt rijden als westernruiter met een westernoptoming. Iedereen die het inzicht heeft om zijn paard op een eerlijke manier op te leiden en met respect voor zijn grenzen en beperkingen de kracht, balans en souplesse weet te vergroten, is klassiek aan het trainen. Klassiek wil niet meer of minder zeggen dan begrip van, en inzicht in gezonde en opbouwende training, die op een respectvolle, kalme en consequente manier wordt aangeboden.

Klassieke rijkunst is ook niet alleen maar verzameld werken. Ook een hoog geschoold paard start elke dag weer met voorwaarts-neerwaarts stretchen. Net zoals een ballerina niet de hele dag op spitzen loopt, beweegt een hogeschoolpaard zich echt niet continue voort in passage. Juist de basis, de ontspanning en het ongehinderd bewegen in horizontaal evenwicht vormen het fundament van een gezonde loopbaan van elk paard.



Een correct opgeleid paard dat alle stappen van het scala op de juiste manier doorloopt, ontwikkelt draagkracht en zelfhouding, waardoor het met een doorhangende teugel gereden kan worden, omdat het voldoende balans heeft om het teugelcontact te kunnen missen. Zonder zijwieltjes zeg maar! Ga je een groen paard meteen aan een doorhangende teugel rijden omdat je denkt dat dat klassiek rijden is, dan kun je net zo goed een klein kind zonder zwembandje in het water gooien, dat is net zo fair.

Evenmin heeft klassieke training iets te maken met snoepjes voeren na elke halve pas. Als de onderlinge relatie tussen paard en trainer goed is, dan werkt het paard graag met hem samen! En dat doet het omdat er een basis van respect en vertrouwen bestaat tussen beiden, niet omdat het de trainer ziet als een wandelende snoepautomaat. Dit is ook de reden dat communicatie en grondwerk een essentieel onderdeel van klassieke training is, omdat hier de afspraken worden gemaakt en de relatie wordt opgebouwd. Klassiek trainen is dus ook niet je paard de hele tijd zijn zin geven en niets van hem vragen. Als ik een kind de hele tijd naar de speeltuin laat gaan in plaats van naar school, dan zal het dat allicht véél leuker vinden, maar op den duur is het niet de beste keuze voor het kind. Zodra het paard overtuigd is van de rust en het overwicht van de trainer, zal het op natuurlijke wijze ervoor kiezen om de aanwijzingen van de trainer op te volgen en ontspannen en vrolijk de training te doorlopen. Als het paard voortdurend blijft bakkeleien over de kleinste opdracht, dan is dat te wijten aan een gebrek aan structuur van de trainer. Want zolang het voor het paard niet duidelijk is of de trainer nu wel of geen overwicht heeft, zal het niet zomaar meegaan in zijn aansturing.


Van de andere kant, wanneer het paard wordt overvraagd, of als het de aanwijzingen van de ruiter/trainer niet begrijpt dan wijk je ook af van de klassieke principes, omdat je de grenzen van het paard uit het oog bent verloren. Fair trainen begint met zorgen dat het paard de gelegenheid krijgt om te begrijpen en te verwerken wat je van hem wil. Vervolgens moet je hem helpen om de oefening op fysiek vlak in goede banen te leiden, zodat die oefening ook daadwerkelijk het positieve effect kan hebben waarvoor hij uitgevonden is.

Oefeningen zijn er dus niet ter meerdere eer en glorie van zichzelf, maar omdat ze het paard helpen in zijn ontwikkeling naar een harmonieus en krachtig organisme. Tevens is de uitvoering van een oefening een barometer om t af te lezen hoe het gesteld is met deze ontwikkeling en waar de werkpunten liggen. Wie op die manier trainingstechnieken en oefeningen inzet en zorgvuldig zijn paard blijft lezen, werkt klassiek.


Een klassiek geschoold paard is buigzaam, sterk, mentaal stabiel en in eenheid met zijn trainer.

Omdat we niet meer 400 jaar geleden leven en er op wetenschappelijk vlak steeds meer ontdekt wordt over de werking van het paardenlichaam, kunnen we ons voordeel doen met de moderne bewegingsleer en de trainingstechnieken die we daarop kunnen baseren. Klassieke principes, gecombineerd met moderne inzichten creëren vaak de meest waardevolle trainingsvormen voor onze paarden. Want uiteindelijk gaat het erom dat je bij jouw paard kunt herkennen wat zijn beperkingen en zijn mogelijkheden zijn en dat je hem binnen de grenzen van zijn kunnen laat groeien naar de meest, sterke, atletische, ontspannen en gezonde vorm die hij kan bereiken.