Rug-gebruik

Als het paard de halswervels in een gelijkmatige boog plaatst, met een ontspannen kaak- en nekgewricht, dan ontstaat er een stretch van het schoftgebied (het wordt als het ware een beetje langer). Dit is het gevolg van het opvangen van de impuls in een elastische teugelverbinding. Het verlengen van de bovenhals met de neus aan de loodlijn maakt ruimte voor het eveneens verlengen van de rug en het achterover kantelen van het bekken. Let op: het paard kan zijn bekken enkel goed kantelen als de hals niet wordt overbogen (hyperflexie)! Deze aaneenschakeling van impuls-nageeflijkheid-geopende schoft-verlengde rug-gekanteld bekken, vormt de bovenlijn van het paard van oor tot staart tot een opwaartse curve (zie foto onderaan dit artikel). Alsof je een marionette-touw aan de schoft vastmaakt en het paard daaraan optilt: de schoft stijgt, terwijl het hoofd en de achterhand dalen. Door de omhoog gebrachte, verlengde rug ontstaat er een ander soort beweging. Dit komt doordat de rug in deze houding optimale beweeglijkheid heeft en de passen doorvloeien in het lichaam. Dit is voor een paard de gezondste manier om zichzelf en zijn ruiter te dragen en in de beweging bij elke pas sterker en soepeler te worden. Als ruiter herken je optimaal ruggebruik als volgt:

  • De schommeling in je bekken wordt vergroot en je zitbeenknobbels worden beurtelings verder omhoog gedrukt. Zorg ervoor dat je lichtelijk op de achterkant van je zitbeenknobbels zit, om je onderrug flexibel te maken, anders rem je het paard in zijn bewegingsvrijheid en belast je je eigen rug!
  • De bewegingen die je via de paardenrug opvangt met je zit worden langer, groter en vloeiender. Dit is een heerlijk en zacht gevoel!
  • Doordat de voorhand wordt ontlast door het verder ondertreden van de achterbenen, neemt de schoudervrijheid toe. Dit uit zich in ruimere passen en een meer bergopwaartse beweging.


Deze Arabische merrie toont een duidelijk geopende schoft, losse onderhals, ontspannen nek en kaak en constant gewelfde hals. Hierdoor krijgt haar rug lengte en kan haar bekken kantelen, waardoor de beweging van de benen doorvloeit in het lichaam. 

Een paard dat met een holle bovenlijn (dus een gespannen rug) loopt voelt stug en de passen zijn staccato en vaak gehaast. Veel ruiters zullen weten dat het bereiken van echte aanleuning niet gemakkelijk is en veel verfijning en timing vereist. Voor diegenen die twijfelen of de aanleuning correct is: probeer niet te veel af te gaan op wat je van boven ziet aan de hals, maar hoe de rug voelt onder je zit. Als je eenmaal de vrije, ruime beweging hebt gevoeld die het resultaat is van fijne aanleuning, dan zul je dit gevoel altijd herkennen!

Lisanne Thomas – Indigo Horsetraining

Foto beneden: De merrie loopt actief en ontspannen in de positie 'lang en laag', waarbij ze haar bovenlijn verlengt van oor tot achterbeen. Door de actieve impuls valt ze niet op de voorhand door haar omlaag gebrachte hals, maar beweegt ze in een horizontale balans, waarbij de voor- en achterbenen evenveel gewicht dragen. Let op de ontspannen onderhals, ruimte achter de kaak, aangespannen bovenhalsspier en buikspieren en de balans in de beweging.